Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is opgesteld om uitstel te krijgen van de Europese Commissie. Nederland zou volgens Europese afspraken in 1999 in 2005 aan de fijnstofnorm voldoen en in 2010 aan de norm voor stikstofdioxide. Omdat de Nederlandse overheid tot 2005 eigenlijk niets had gedaan, was het duidelijk dat de afspraken niet zouden worden nagekomen.
Daarom vroeg Nederland uitstel.
Dat uitstel werd verleend onder de voorwaarde dat er een plan zou worden opgesteld, dat de garantie bood dat in 2011 alsnog aan de fijnstofnorm en in 2015 aan de stikstofdioxidenorm zou worden voldaan. Om aan die voorwaarde te voldoen werd het NSL opgesteld.
Het NSL is een programma waarin enerzijds bouwprojecten zijn ondergebracht met een negatief effect op de luchtkwaliteit (met name door de aanleg van meer asfalt) en anderzijds maatregelen die de luchtverontreiniging moeten terugdringen. In dat programma zouden die bouwprojecten zodanig door maatregelen worden gecompenseerd dat in 2011 en 2015 alsnog aan de normen wordt voldaan.
Diederik Samson (PvdA) noemde het NSL in 2006 een "ultieme smokkelstap" om ondanks de luchtkwaliteitsnormen te kunnen blijven bouwen. Dat blijkt het inderdaad te zijn. Als iemand bezwaar maakt tegen nog meer asfalt of het verhogen van de maximum snelheid, roepen wethouders en ministers in koor: wij voldoen aan de normen, dus over de luchtkwaliteit hoeft niemand in te zitten.
Wie zich echter in dat NSL verdiept, komt er snel achter dat het gebakken lucht is. Hoe het effect van bouwprojecten en maatregelen is berekend valt niet na te gaan. Ook het RIVM is er niet in geslaagd daar hoogte van te krijgen.
Het blijkt dat gemeenten zelf de effecten van hun projecten en maatregelen moet verwerken in verkeersgegevens (intensiteiten per straat, gemiddelde snelheden, aandeel vrachtwagens, stagnatie). Aan de hand van die door de gemeente verstrekte verkeersgegevens wordt dan door het ministerie van InfraMil berekend wat de concentraties fijnstof en stikstofdioxide zijn.
Verzoeken bij de gemeente Utrecht om inzage in die effectberekeningen hebben tot dusver niets opgeleverd.