Als mij wat niet lukt, ik tegen iets opzie of ruzie met iemand gemaakt heb, dan lig ik er lang over te malen in bed. Ik moest daar weer aan denken toen ik dinsdag 25 februari astronaut André Kuipers zag in De Wereld Draait Door (DWDD). Hij sprak over het belang van de op 101-jarige leeftijd overleden Afro-Amerikaanse NASA-wiskundige Katherine Johnson. Zij behoorde tot de zogenoemde ‘computers met rokjes’: de groep van voornamelijk zwarte vrouwen die berekeningen uitvoerden voor de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie. Over het leven van Katherine Johnson kwam in 2017 de film ‘Hidden Figures’ uit. In die film was ook de uitspraak te horen: “Het klopte pas als ‘dat meisje’ het zei.” En dat meisje was natuurlijk Katherine.
TNO magazine had mij gevraagd om Kuipers te interviewen. Hij was zich in Sterrenstad in Rusland aan het voorbereiden op zijn eerste reis naar het internationale ruimtestation ISS. Begin november 2003 was Kuipers een week in Nederland en hij zou op maandag een dag in het TNO-pand aan de Kampweg in Soesterberg zijn. Hij kreeg daar instructies over het trilvest dat TNO ontwikkeld had en door het bedrijf Dutch Space vervaardigd was. In het ISS zou hij er een aantal experimenten mee gaan doen. Mijn tekst in TNO magazine van april 2004: ‘In het vest zitten 56 kleine trillertjes, die ongeveer werken zoals een trillende mobiele telefoon. Deze trillers moeten de astronaut helpen bij zijn oriëntatie in de ruimte, waar geen of nauwelijks zwaartekracht is. Staat hij te veel voorover gebogen, dan voelt hij de trillers door zijn T-shirt op zijn buik.’ Naast dat je ook apparaten ziet staan en dat het licht van boven komt kan het trilvest een extra hulpje zijn bij de oriëntatie.
Voor mijn interview met Kuipers was een uur uitgetrokken. Op zich was dat een beetje spannend maar toch niet om daar over wakker te liggen. BN’ers had ik wel vaker geïnterviewd. Waar ik me wel zorgen om maakte, was dat het verhaal pas gepubliceerd zou worden in april 2004 als Kuipers voor het eerst in een Sojoez-raket op weg was naar het ISS. Hij zou daar tien dagen blijven. Contact met hem in de ruimte was niet mogelijk. Waar heb je het dan met iemand over, want ik wilde voorkomen dat de inhoud van het verhaal na vijf maanden achterhaald was. Ik weet dat ik me daar vreselijk druk over heb gemaakt. Welke vragen kon ik hem stellen? Ik bleef maar nieuwe vragenlijstjes maken. Ik heb er nog een keer met eindredacteur Jan van den Brink over gesproken. En ik herinner ook dat ik in de bus van Utrecht naar Soesterberg nog een goede vraag bedacht. Welke: geen idee!
Kuipers was een aardige, vriendelijke man en het interview verliep goed. Voor deze column heb ik het artikel weer gelezen. Op zich een leuk verhaal, maar met de herinnering aan die slapeloze nachten toen, dacht ik: heb ik daar nu voor wakker gelegen? In de intro (geschreven door de eindredacteur) word ik al ingedekt: ‘Dik Binnendijk sprak met hem toen Kuipers ter voorbereiding op zijn missie op bezoek was bij TNO-TM.’ (TM staat voor de vroegere TNO-afdeling Technische Menskunde.) Ik zag maar twee vragen die inhaakten op de toekomst. “Je blijft tien dagen in de ruimte. Zou je er niet veel langer willen blijven?” Kuipers: “Ja natuurlijk. Alleen, dat zit er voorlopig niet in…” En “Wat ga je doen als jouw ruimtevlucht erop zit?” Kuipers: “Ik ga me gewoon voorbereiden op een volgende vlucht….” En dat is ook gebeurd. Vlak voor de kerst in 2011 vertrok hij opnieuw naar het ISS en bleef er nu ruim een half jaar. Of hij toen het trilvest nog heeft meegenomen, ik weet het niet. In ieder geval heb ik er nooit meer wat over gelezen. Dat komt wel vaker voor met nieuwe ‘revolutionaire’ vindingen.
Dik Binnendijk
Tweemaal André Kuipers: bij TNO Soesterberg in november 2003 en op 25 februari 2020 in DWDD (compositie: Dik Binnendijk, 10-03-2020)