Het was en bleef doodstil toen vrijdag 8 februari dirigent Edo de Waart het concert tussentijds stillegde. Was het voor vijf of tien minuten? Ik heb niet op mijn horloge gekeken. Het leek net of alle zaalhoesters hun kriebel in de keel kwijt waren. Twee delen moesten nog komen van de Mis in f-klein van Anton Bruckner: het Benedictus en het Agnus Dei. Deze mis wordt ook wel de Grote Mis genoemd en duurt een klein uur. Het koor blijft bijna al die tijd staan.
Met dit jubileumconcert werd 40 jaar Omroepconcerten in (Tivoli)Vredenburg gevierd en ook meteen de opening van het Muziekcentrum Vredenburg op 26 januari 1979. Edo de Waart dirigeerde toen het Utrechts Symfonie Orkest. Naast de vier solisten stonden nu op het podium: het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor. En er waren wel acht slagwerkers ingehuurd! Voor de pauze werden twee composities gespeeld van Nederlandse componisten: ‘Sinfonia’ van Tristan Keuris (1946-1996) en daarna de wereldpremière van ‘Du bist älter, du bist neuer’, een werk voor koor en orkest van Willem Jeths, leerling van Tristan. Behalve luisteren en kijken waaieren mijn gedachten altijd alle kanten op. Willem Jeths moet zo’n tien jaar jonger zijn dan ik. Ik ken hem uit de Utrechtse homoscene van rond de jaren ‘80: disco ‘De Roze Wolk’, café ‘De Wolkenkrabber’ of de PANN-feesten. Maar veel contact hebben we nooit met elkaar gehad.
Vanwege het grote aantal mensen op het podium was de zaalvloer verhoogd en bij het podium getrokken. Meestal zit ik parterre in de zaal, maar ditmaal hoog in vak A. Ik keek recht op het orkest en koor neer. Nu had ik weer mooi de gelegenheid om de musici en zangers te zien: herken ik mensen op het podium. Een van de acht slagwerkers was niet te missen door zijn dikke, grijze, een halve meter lange paardenstaart. Na de pauze waren de slagwerkers weg op de paukenist na. Toen ben ik pas de koorleden gaan ‘scoren’. Van de mannen herkende ik geen één; maar wel twee of drie koorvrouwen. Ik herinner me nog dat de laatste die ik herkende, nu een bril op had. ‘Goh, du bist älter: je bent echt ouder geworden,’ dacht ik. Ze zag er ook vermoeid uit. Ze stond in de voorste rij koorvrouwen in het midden.
Mijn aandacht ging daarna weer naar de vier zangsolisten. Vervolgens naar Edo en daarna weer naar het koor. Ineens viel me op dat er een roze stoel in het midden zichtbaar was. Voor die stoelen staan de koorleden te zingen; je ziet de kleur haast niet. Voor die roze stoel zat iemand op de grond: flauwgevallen! Haar twee buurvrouwen stonden een beetje gebogen over haar heen. De muziek ging door, maar zong het koor op dat moment ook nog? Ik heb geen idee. In feite kan ik me niets meer herinneren van de muziek op dat moment, alleen dat Edo door dirigeerde. Wat ging er gebeuren? De twee koorbuurvrouwen bogen verder voorover en probeerde hun flauwgevallen koorlid op te tillen. Er was niet veel ruimte en dat tillen ging moeizaam. Ik had ook het idee dat het koorlid niet meewerkte of niet kon meewerken.
Uiteindelijk zat ze op haar stoel. Ze kreeg een glaasje water in haar hand. Daar deed ze niets mee. Volgens mij had Edo op dat moment afgetikt. Doodstil bleef het in de zaal. Ik voelde zelf ook de spanning. Toen kwamen er vier mensen van achteren het podium op. Het flauwgevallen koorlid werd het podium afgeholpen en min of meer de trappen afgedragen. Toen ze verdwenen was in de catacomben, begon het gekuch in de zaal weer. Maar Edo liet dat niet te lang duren en hervatte het concert. De roze stoel in het midden bleef zichtbaar. Ik zag - min of meer tot mijn vreugde - dat links van de stoel de koorvrouw stond, die ik net zo oud gevonden had. Gelukkig zij was niet degene die flauwgevallen was. En ik zag geen sprankje meer van haar vermoeidheid.
Dik Binnendijk

Podium Grote Zaal TivoliVredenburg tijdens Open Dag op 12 januari 2014 (foto: Peter Vink)