April is de maand waarin ik wat vaker dan normaal denk aan mijn overleden ouders. Zo was het 18 april honderd jaar geleden dat mijn vader werd geboren. Half ‘97 is hij overleden. En dinsdag 30 april is het vijf jaar geleden dat mijn moeder is overleden. Ik heb het over ‘mijn’ maar beter is natuurlijk ‘onze’ vader en moeder, ook die van mijn zus en broers: Petra, Wim en Henk.
In 1990 verhuisden pa en ma van boerderij Hoeve Margaretha in Kamerik (gemeente Woerden) naar een twee-onder-een-kap woning in het dorp. Ma heeft daar tot haar dood gewoond. In januari 2014 kreeg ze last van benauwdheid; vermoedelijk een luchtweginfectie. Henk is met haar naar het ziekenhuis gegaan. De oorzaak bleek hartfalen te zijn. Pillen hielpen wel, maar al vrij snel bleek dat er meer aan de hand was. Ma vermagerde zichtbaar en was snel vermoeid. Henk en Wim schaakten toen ook nog veel met haar. Wim: “Als ik een zet gedaan had en ma was aan de beurt, dan zag ik dat ze soms weggedommeld was. Dus dan wachtte ik maar even. Ineens werd ze weer wakker en bijna meteen deed ze een zeer strategische zet. Wow! Ik moest dan echt oppassen! Ondanks dat minidutje was ze helder.”
Het vermageren van ma had ook te maken met dat de prikkel om te gaan eten of te drinken was verdwenen. Met moeite kreeg ze elke dag de voorgeschreven hoeveelheid vocht en voedsel naar binnen. Omdat ze weinig speeksel produceerde en ook een schimmelinfectie in haar mond kreeg, ging het praten steeds moeilijker. Ze begon ook veel zachter te praten. Om haar goed te verstaan moest je op een gegeven moment je oor dicht bij haar mond houden. Haar zinnen werden steeds korter. Daarna sprak ze alleen nog maar in losse woorden. Toen ze ook die woorden niet meer kon uitspreken, ging ze spellen, bijvoorbeeld: W.A.T.E.R. Dat deed ze feilloos. Na de lagere school had ze alleen huishoudschool gehad, maar ze hield van lezen, puzzels oplossen uit de krant en scrabbelen. Petra en ik hebben dat spel ontzettend veel met haar gespeeld (zie ook column ‘Spelletjes spelen’ van 1 maart 2019). Vooral door het vele scrabbelen denk ik dat ze goed wist hoe een woord moest worden geschreven.
Aanvankelijk kwam thuiszorg twee per dag langs voor de pure zorg. Maar half februari 2014 moest er overdag en ’s avonds altijd iemand bij haar zijn om haar te helpen; de laatste maand ook ’s nachts. Ik heb mijn digimapje ‘Zorg voor ma’ nog bewaard. Daarin staat alle mailcorrespondentie met de familie. Vanuit Utrecht hield ik het zogenoemde ‘polderzorgschema’ bij. Dat was vaak puzzelen om de zorggaten op te vullen, want die zorg deden we naast ons gewone werk. Behalve ikzelf woonden alle mantelzorgers (Petra, Wim, Henk, hun partners, een ex-partner, kleinkinderen en een paar buurvrouwen) gelukkig in de buurt: in Kamerik, Woerden of Wilnis. Wim, ik - en ik dacht ook mijn zwager Ko - hebben nog een paar maal ’s nachts bij ma geslapen. Maar de laatste drie weken was er tussen elf uur ’s avonds en zeven uur ’s morgens iemand van de Pluszorg aanwezig. Ondanks alle handicaps bleef ma helder tot een week voor haar dood.
Natuurlijk waren we verdrietig na haar overlijden, maar we wisten dat het zo goed was: blij dat we ma tot het laatst thuis hebben kunnen verzorgen. Ik heb net nog eens gekeken naar die eerste schema’s met veel kleurtjes met namen erin, van wie wanneer zou oppassen. Het zag er vreselijk ingewikkeld uit. Een scrabbelstudie op zich. Geen wonder dat ik toen regelmatig gebeld werd: “Dik, moet ik morgen nu om 7:00 of om 7:45 uur bij ma zijn?” “ Welke container moet ik aan de weg zetten: de groene, de bruine of de blauwe?” of “Is er nog voldoende soep in huis voor ma?”
Dik Binnendijk

Scrabbelen (foto: Dik Binnendijk, 25-04-2019)