Tot mijn verrassing stond onlangs in de wekelijkse Volkskrantboekenverkooplijst ‘Kruistocht in spijkerbroek’ van Thea Beckman op nummer 1. Dat jeugdboek uit 1973 won de Gouden Griffel 1974. Waarom scoorde dat boek nu zo goed? De reden was simpel: het boek is voor 2,50 euro te koop. Vrijdag 8 februari was de aftrap van de jaarlijkse leesbevorderingscampagne ‘Geef een (prenten)boek cadeau’ gericht op kinderen in ons land en Vlaanderen. In totaal heeft Thea Beckman (1923-2004) 28 vooral spannende en historische kinder- en jeugdboeken geschreven. Ik heb drie boeken van haar in mijn boekenkast staan, waaronder ook die kruistocht.
Begin 1995 heb ik Thea geïnterviewd voor een radioportret in de NPS-interviewserie ‘Een Leven Lang’ (NPS is nu NTR). Kort nadat ik besloten had om deze column te gaan schrijven, hoorde ik tijdens een wandeling ineens in mijn hoofd weer de kenmerkende stem van Thea. Een hoge, scherpe, snel pratende en wat monotoon zeurderige stem: niet echt lekker om naar te luisteren. Voor het interview ben ik op de fiets naar haar huis in Bunnik gegaan: een zeventigjaren twee-onder-een-kap woning in de Van Beeck Calkoenlaan. Sinds de dood van haar man Dick Beckmann in 1993 woonde ze daar alleen met haar drie katten. Tijdens het interview lag een poes op tafel en de tweede opgerold op de bank. De derde poes, Kaatje, kon haar draai niet vinden. Ze liep heen en weer en sprong zo nu en dan op de schoot van haar bazinnetje.
Thea had een pruik op die scheef zat. Tja, dat zeg je dan niet … ik had nog een heel interview met haar te gaan. “Kopje thee?” Ze schonk een kopje thee in. “Suiker?” “Nee, dank u.” Daarna hield ze de koekjestrommel voor me met mariakaakjes. Nog voordat ik een kaakje kon pakken, trok ze het trommeltje alweer terug. Was het onoplettendheid, ongeduld of ergernis? Deze minigebeurtenis heb ik jarenlang aan vrienden en kennissen gedemonstreerd.
Ze had geen zin in dit interview, maar probeerde dat te verbergen. Weer een journalist en weer diezelfde vragen! Thea Petie heette ze als meisje, maar ze had altijd een hekel aan die achternaam gehad. “Petie lijkt erg op ‘petit’; dat is Frans voor ‘klein’. Ik ben zelf klein van stuk en altijd die flauwe mopjes erover. Daarom heb ik - toen ik in 1945 trouwde - de achternaam van mijn man aangenomen. Van mijn eerste uitgever moest ik de tweede ‘n’ van Beckmann laten vallen. Dat was te Duits! Nou, als beginnend schrijfster heb ik dat toen gedaan en dat is zo gebleven.”
Dit had ze vaker verteld. Het stond in bijna elk interview dat ik had gelezen in de uitgebreide knipselmap over haar die ik bij het VPRO-archief had gekopieerd. Het hele interview was in feite een aaneenschakeling van routineuze standaardantwoorden. Op emoties in die antwoorden kon ik haar nauwelijks betrappen. Zelfs toen ze sprak over het overlijden van haar man deed ze dat vrij nuchter. Maar toen kwam toch de emotie: “En dan zit ik nu alleen….. in dat grote huis met mijn poezen …” Haar stem brak bijna. Maar dat had ze zelf ook door en ratelde zonder pauze door naar een volgend onderwerp: het nieuwe boek. Ik wilde dat emotionele moment verlengen. Dus, in de montage plakte ik na “…in dat grote huis met mijn poezen …” een stukje waar poes Kaatje een paar maal miauwt en Thea zoiets zegt als “Ja Kaatje…” Een rustmoment. Het lijkt of Kaatje Thea redt of reageert op haar emotie. In werkelijkheid was dat fragment met miauwende Kaatje een half uur eerder of later opgenomen.
Dit stukje van het interview met Thea heb ik een tijd gebruikt voor mijn radiolessen op de School voor Journalistiek. Aan mijn studenten liet ik eerst de montage horen en daarna de originele opname. Mijn vraag was dan: “Is het ethisch verantwoord om dit stukje zo te monteren.” Dat gaf altijd een leuke discussie. Ik heb dit gemonteerde fragment zo vaak gehoord, dat ik na 24 jaar nog weet hoe het klonk. In feite maakte ik daarmee van de voortratelende schijfster van ‘Kruistocht in spijkerbroek’ toch wat meer een echt mens. Jammer bleef dat het enige moment van emotie in het radioportret. Of waren al mijn vragen zo voorspelbaar, dat Thea Beckman terecht dacht: weer zo’n journalist met diezelfde vragen!
Dik Binnendijk

Mijn drie Thea Beckman boeken (foto: Dik Binnendijk)