Gert en ik wandelen nu alweer ruim 25 jaar samen. Sinds begin dit jaar zijn we bezig met het Marskramerpad, een lange afstandswandelpad (LAW) van 372 km van Bad Bentheim (D) naar Den Haag. Vroeger wandelden we vooral in weekenden, tegenwoordig op doordeweekse dagen. Twee weken geleden kruisten we op de Holterberg in het Nationale Park ‘De Sallandse Heuvelrug’ (Overijssel) het Pieterpad: het pad waar we mee zijn begonnen. Even terug naar toen. In 1990 werd Gerts oudste zoon Jorin geboren. Gert woonde toen nog niet samen met zijn vrouw Mieke, toen nog zijn vriendin. Maar omdat het toch praktischer was, verhuisde Gert half ‘91 van Utrecht naar Den Haag. Vanwege de afstand en het familieleven werd ons contact minder. We zochten naar een manier om elkaar regelmatig te blijven zien. Een collega van Gert had hem warm gemaakt voor het Pieterpad, het bekendste wandelpad van ons land. Het is bijna 500 km lang en loopt van Pieterburen (gelegen aan de Groningse Waddenkust) naar de Sint Pietersberg bij Maastricht.
En zo zijn we op een zaterdag in 1992 begonnen aan ons eerste stuk Pieterpad: Ommen-Hellendoorn van 21 km. De volgende dag liepen we 15,5 km. van Hellendoorn over de Holterberg naar Holten. Maar dat lopen moet je leren. Een LAW is gemarkeerd met een wit-rood merkteken (zie foto), maar het duurt even voordat je automatisch die markeringen langs de route ziet staan. In een boekje staat de route beschreven en op de bijbehorende topografische kaarten is de wandeling getekend. In het boekje staan ook slaapadressen die dicht bij de wandelroute zijn: logies-en-ontbijtadressen (L&O of B&B), pensions, hostels, hotels en (mini)campings. Handig voor als je een paar dagen achter elkaar wandeltrajecten loopt.
Je reserveert zo’n slaapadres van tevoren, dat weet ik nu wel. Maar dat hadden we in ons eerste Pieterpadweekend niet gedaan. Blijkbaar dachten we toen dat - als je aanbelt - je dan met open armen werd ontvangen. Er waren maar drie L&O-adressen in Hellendoorn. Bij het eerste adres werd niet opengedaan. De tweede slaapplaats zat al vol. En zo kwamen we bij het derde adres. Het begon al te schemeren. Een oudere vrouw deed open. “Nee, dat komt vanavond niet zo goed uit.”
“Maar mevrouw, u bent ons laatste slaapadres… weet u waar we dan wel in Hellendoorn zouden kunnen slapen?” Nee, dat wist ze niet. Ze zag onze bekaffe en bedremmelde gezichten. “Nou, ik zal even met mijn man overleggen. Hij is vandaag jarig en we hebben vanavond visite.” “Gefeliciteerd met uw man! We zijn echt niet lastig en we zullen heel stil zijn.” Ze lachte. Het ijs was al gebroken. Even later kwam ze terug. We mochten blijven slapen op één voorwaarde dat we die avond ook al zouden betalen. Het echtpaar was zwaar christelijk. Op zondag namen ze geen geld aan.
’s Avonds werden we uitgenodigd om beneden een borreltje mee te komen drinken. En het bleef er niet bij één. Het was er gewoon gezellig en de visite vroeg ons het hemd van het lijf. We hadden een smal tweepersoonsbed met een kuil in het midden. Die nacht heb ik geen oog dichtgedaan en geluisterd naar het gesnurk van Gert bij mijn oor.
“Eigenlijk toch best progressief, die christelijke mensen in Hellendoorn,” zegt Gert, als we op de Holterberg het Pieterpad kruisen. “Twee mannen in één bed!” “Homoseks kwam vast niet bij ze op,” antwoord ik. “Maar … stel dat jij en Mieke hadden aangeklopt en ze hadden geweten dat jullie niet getrouwd waren, dan hadden jullie vast niet in één bed gemogen.” “Maar Jorin was er al!” “Nou, ik betwijfel het hoor.” En zo keuvelend lopen we verder het Marskramerpad af op weg naar ons hotel voor die nacht: De Swarte Ruijter op de Holterbergweg. De bocht om en we zijn er.
Dik Binnendijk

Prikkeldraadoverstap
(foto: Dik Binnendijk, 14 april 2018)