In de voorlaatste (tropische) week van juli was hij of zij er ineens: onze jonge kauw. Parmantig stapte hij over het betegelde deel van mijn tuin naar het deel van buurvrouw (buuf) Garjan. De tuinen van haar, mij en buuf Marga lopen zonder een scheiding in elkaar over. De veren van de jonge kauw zagen er wat verfomfaaid uit. Het was duidelijk dat hij niet of nauwelijks kon vliegen, maar hij keek wel helder uit zijn ogen. Wellicht is de kauw bij de eerste vliegoefeningen over onze daken wat hardhandig geland en kon niet meer wegkomen. Ons binnenterrein is omringd door huizen en afgesloten van de openbare weg.
Ik sneed een appel met een rot plekje doormidden en legde de twee helften dicht tegen het tuingroen op de tegels. De kauw was snel weggelopen. Toen ik de keukendeur achter me dicht had gedaan, kwam hij weer tevoorschijn en pikte de appel leeg. De volgende dag stapte hij weer rond, dus ik heb weer een appel klaargelegd en ook een stevige, aardenwerken bak met water.
Garjan was met haar dochter op vakantie in Oost-Europa. Ik gaf haar planten buiten en binnen water en om de dag haar guppen te eten. Via WhatsApp hadden we contact. Ik stuurde Garjan een foto van onze kauw. “We hebben al een paar dagen een kostganger: Karin of Karel de jonge kauw. Hij kan niet goed vliegen, maar klimt tussen de planken van jouw schutting met buuf Icel omhoog op de pergola. Een appel vindt Kar lekker.”
Als Karretje bovenop de pergola was, ging hij met zijn vleugels wijd zitten of hij wilde vliegen. Hij deed dat niet. Later zag ik dat hij op mijn platte dak naar mijn onrijpe groene druiven zat te pikken. Hij kon dus al op dat dak komen. Dat pikken vond ik minder. En even later zat hij op de ontluchtingspijp van mijn geiser weer vleugeloefeningen te doen. Daarna liep hij weer naar de druiven happen. Ik heb hem toen een beetje gepest met een lange stok. En ja, ineens vloog hij naar beneden: een soort dodemansvlucht die werd gestopt door de hortensia van Nanna, drie tuinen verder. Nanna vertelde me de volgende dag dat zij de kauw eten gaf. Buuf Marga legde nootjes klaar voor de kauw. En dat eten geven deed buuf Merel ook. Merel woont pas een paar maanden in de Bergstraat met haar dochter Rover en zoon Sam. De kinderen hadden de kauw de naam ‘Cowboy Billy’ gegeven. Een vreemde naam! Maar ineens herinnerde ik me de film ‘Kauwboy’ van Boudewijn Koole uit 2012 over een jongetje en zijn kauw. “Nou, dan ga ik Karretje ook Kauwboy Billy noemen!”
Op het heetst van de dag zag ik Kauwboy Billy niet; hij zocht dan blijkbaar de schaduw op. De volgende ochtend vroeg nam hij een bad in mijn drinkwaterbak. Alleen hij at niet meer van mijn appel, platte perzik en de overrijpe kiwi. Brood dan? Het fruit werd opgegeten door de twee dikke duiven (die het ook op mijn druiven hebben voorzien). En het brood werd opgepikt door de buurtmerel. Blijkbaar vond Kauwboy Billy het voedsel van Nanna, Rover & Sam en Marga veel lekkerder. Ik zag hem wat later weer op de pergola zitten en opeens wegvliegen in richting de tuin van buuf Corrie. Dat vliegen zag er inmiddels veel beter uit. Een half uur later liep Billy weer van mijn tuin naar die van Marga. Dat was de laatste keer dat ik hem gezien heb: Kauwboy Billy is verdwenen.
Rover & Sam vonden het maar niks dat hij weg is, ondanks dat hij daar op de mat poepte. “Maar hij is nu weer bij zijn kauwboyvriendjes,” zei ik. “Die hebben hem vast gemist. En hij vertelt nu over het lekkere eten dat jullie hem hebben gegeven!” Toch betrapte ik mezelf erop dat ik nog een paar weken ’s morgens eerst in m’n tuin keek of ik Kauwboy Billy toevallig nog zag lopen.
Dik Binnendijk
Kauwboy Billy (foto: Dik Binnendijk, 22 juli 2019)