“Hou jij van spelletjes spelen?” vroeg Hedwig me verleden jaar. Ze is net zoals ik actief in de Buurtgroep Wijk C West, maar al een paar jaar langer. “Ja dat heb ik altijd leuk gevonden,” antwoord ik, “maar het komt er nooit meer van.” Dinsdag 19 januari organiseerde Hedwig de tweede spelletjesavond in het sushirestaurant ‘Suzi’, bij parkeergarage Paardenveld in de Kroonstraat. En het was een succes! Je neemt je eigen bordspelen of een stok kaarten mee en dan hoop je dat je mensen vindt die ook jouw favoriete spel zien zitten. We waren met z’n negenen; vijf van de negen waren de eerste keer er ook.
Thuis op de boerderij in Kamerik waren we met z’n zessen. Naast pa en ma vier kinderen: mijn zus Petra (twintig maanden jonger dan ik), mijn twee broers Wim (acht jaar jonger) en Henk (tien jaar jonger) en ik natuurlijk. We speelden vaak spelletjes: ‘Mens erger je niet’, ‘Stratego’, ‘Ganzenborden’, ‘Mikado’ of ‘Domino’; later ook ‘Risk’ en ‘Kolonisten van Catan’. Jarenlang waren we oudjaarsavond met z’n allen aan het Zevenzotten. Met ma hebben Petra en ik bijna tot het eind van haar leven gescrabbeld. Wim en Henk hebben vooral met haar geschaakt. Schaken en dammen waren niet mijn favoriete spelletjes, ik werd altijd door mijn broers van het bord geveegd.
Pa was geen spelletjesmens, maar kaarten deed hij wel. Zondags was het altijd zwikken met opa. Opa woonde in Nieuwerbrug en kwam op z’n solex. Volgens Petra hoorde bij het kaarten ook een brandewijntje met suiker. “Wij mochten dan het laatste restje suiker uit de borrelglaasjes lepelen. Wij waren daarna de hele dag superzoet.” Er werd gekaart om centen. Als opa verloor, zei hij met een treurig gezicht: “Nu kan ik helemaal geen brood kopen.” De eerste keer dat opa dat zei, kwam broertje Henk met zijn spaarpot aanzetten: opa verhongeren dat kan niet! Met oma in Alphen aan den Rijn speelden Petra en ik altijd canasta. Oma had met een aantal dames een canastaclubje en heeft ons dit kaartspel geleerd.
Toen ik al in Utrecht woonde, mocht ik toch meestemmen of er een televisie op de boerderij kwam. Ma en ik waren tegen omdat we bang waren dat de spelletjesavonden zouden verdwijnen. De andere vier waren voor. De tv kwam, de spelletjes werden alleen nog maar zondag overdag gedaan. In Utrecht werd vooral gekaart. Ik herinner me dat ik in café ‘De Vriendschap’ - nu: ‘Drie Vrienden’ (Wed 1) - vaak zat te toepen. Later heb ik met een vast clubje vrienden elke maand canasta gespeeld. Dat deden we om de beurt bij elkaar thuis. Na een paar jaar kwam daar de klad in. Tijdens de zomervakantie was patience spelen populair. Op een of andere manier is het me nooit gelukt het me om te leren klaverjassen. Tig keer opnieuw geprobeerd de spelregels te onthouden. Dat lukte niet. Maar de spelregels van eenendertigen, eenentwintigen, jokeren, toepen, zwikken en … ben ik ook vergeten. Aan bridge ben ik nooit begonnen.
In het studentenhuis in de Bellamystraat speelden we regelmatig Risk! Dat spel had ik zelf gekocht. Toen ik ruim dertig jaar geleden naar m’n woning in de Bergstraat verhuisde, heb ik nog een aantal andere bordspelen gekocht. Leuk voor als er vrienden langs wipten. De stapel groeide langzaam en het stof daalde erop neer. Alleen de dozen ‘Scrabble’ en ‘Tri-Ominos’ (driehoekige dominostenen) zijn inmiddels stofvrij. Dat stof heb ik ervanaf geblazen toen ik ze meenam naar Suzi verleden week. Ik heb twee potjes gescrabbeld: bij de eerste eindigde ik als derde en bij de tweede pot als eerste. Ik kan bijna niet wachten tot de volgende spelletjesavond!
Dik Binnendijk

Mijn spelletjesplank (foto: Dik Binnendijk)