“Over anderhalve minuut ben ik thuis,” zeg ik tegen mijn buurman in de Grote Zaal van TivoliVredenburg. Ik heb hem net gevraagd of hij en zijn vrouw ook in de stad wonen. “Ja zeker.” Maar waar ben ik alweer vergeten. Het is nog pauze. We krijgen zo nog de Vierde Symfonie van Anton Bruckner met de bijnaam: Romantische. “Anderhalve minuut lopen…. dan woont u in Wijk C!” “Ja, in de Bergstraat.” “Oh, maar daar heeft onze dochter ook gewoond, boven een slagerij.” “Boven de worstmakerij van Van Galen recht tegenover mijn huis?” (zie column “Worstmakerij’) Hij aarzelt maar zij zegt: “Ja, het was een worstmakerij.” Hij noemt de naam van zijn dochter, maar die naam zegt me niets. Ze had ook biologie gestudeerd net zoals ik.
En zo raken we aan de praat. Ik schat dat de man vijf tot tien jaar ouder is dan ik. Zijn vrouw zal dezelfde leeftijd hebben. Ze loopt met een stok. Hij heeft ook in Utrecht gestudeerd: eerst een jaar biologie maar is daarna overgestapt naar wiskunde. En uiteindelijk is hij docent wiskunde geworden op de lerarenopleiding SOL in het gebouw aan de Archimedeslaan dat nu gesloopt gaat worden. Hij vertelt dat hij gepromoveerd is bij professor Van der Blij. “Van der Blij?! Maar van hem ik ook nog wiskundeles gehad!” roep ik uit. In mijn eerste jaar kreeg ik naast allerlei biologische vakken ook colleges natuurkunde, wiskunde en scheikunde. “De zaal puilde uit, hij kon zo meeslepend vertellen en zeer goed les geven. Ik heb later van hem ook een radioportret gemaakt. Zou hij nog leven?” “Ja, hij leeft nog maar hij zal al dik in de negentig zijn,” antwoordt mijn concertbuurman.
Een dag later zie ik in de internetencyclopedie Wikipedia dat prof. Fred van der Blij op 27 januari 2018 is overleden: 94 jaar oud. Ik heb ook mijn plastic mapje gevonden met de papieren die ik heb verzameld voor het maken van het radioportret. Dat portret van een klein uur is uitgezonden in april 1996 in het NPS-programma ‘Een Leven lang’. Bovenop het stapeltje ligt de kroniek ‘Het eeuwige leven’ van Peter de Waard met als kop ‘Clowneske didacticus in wiskundecolleges’. Het stond in de Volkskrant van 20 februari 2018. Dus ik had kunnen weten dat Van der Blij al overleden was.
“Hij kon zo goed iets uitleggen,” zeg ik. “Na het college had ik bijna altijd het gevoel van: ik heb het begrepen! Maar als ik later sommen moest maken, dan snapte ik er geen barst meer van.” “O, maar dat ken ik ook,” vult mijn buurman aan, “het typische Van der Blij-effect!” Ik knik heftig. Dat Van der Blij-effect wordt zelfs genoemd in het Wikipedia-stukje over de hoogleraar. Van der Blij zegt er zelf lachend over in m’n radioportret: “En dat bewijst maar weer dat ik een slecht docent ben geweest, want anders had iedereen die sommen moeten kunnen maken!”
Van der Blij was directeur van wat nu het Freudenthal-Instituut is van de Universiteit Utrecht. Hij heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het reken- en wiskundeonderwijs. Ook is hij een tijd vaste medewerker geweest van het vroegere VPRO-radioprogramma ‘De Vrolijke Wetenschap’. Behalve gloedvol over wiskunde kon hij ook mooie verhalen vertellen over de relatie tussen wiskunde en kunst, zoals muziek en schilderkunst. Stel dat Van der Blij tussen mijn concertbuurman en mij gezeten had in de Grote Zaal, wat zou hij ons dan hebben kunnen vertellen over de Romantische van Anton Bruckner?
De zaal is inmiddels weer vol. De concertmeester van het Radio Filharmonisch Orkest staat op. Er wordt gestemd. De zaalverlichting wordt verder gedimd en de Spaanse dirigent Gustavo Gimeno komt op. “Geniet van de muziek!” zeg ik tegen mijn buren. Grappig toch weer, om zo onverwachts even herinnerd te worden aan een oud-docent en m’n werk als radioprogrammamaker.
Dik Binnendijk

Prof. dr. Fred van der Blij (foto links te vinden op site: https://nl.wikipedia.org/wiki/Frederik_van_der_Blij)