‘Help Dik over de 50 heen!’ Dat was twintig jaar geleden het motto van mijn verjaardagsfeest op mijn geboortedag: 22 januari. Die datum viel op vrijdag. Er was een organiserend comité van zes personen. Ik hielp ook wat maar ik was voornamelijk de geldschieter. Alleen ik herinner me vooral dat ik er weken mee zoet geweest ben. Zodra er iets niet liep zoals gepland was, moest ik wat anders verzinnen. Het was een heel geslaagd feest met leuke stukjes en sketchjes zoals het kattenduet van mijn familie. Maar na afloop had ik sterk het gevoel: eens en nooit meer. Je spreekt met niemand.
Bij mijn zestigste wilde ik wel met m’n gasten kunnen praten. Daarom heb ik mijn verjaardag toen in zestien vierinkjes geknipt voor twee tot vier mensen tegelijk. Leuk idee en praten konden we. Maar om verspreid over ruim een half jaar zestienmaal mijn verjaardag te vieren begon ik na de zevende keer al echt spuugzat te worden. Als reactie daarop ben op mijn 65ste geboortedag met Peter naar Amsterdam geweest. Prima dag met z’n tweeën! Dus toen mijn zeventigste jaar begon te gloren, heb ik daar een tijd tegenaan zitten hikken: ga ik dat vieren of niet? En zo ja: hoe dan? Waar, wanneer en met hoeveel mensen?
In 1999 werd het vijftigjaarfeest gehouden onder de Rembrandtbioscoop aan de Oudegracht in een kelder gekoppeld aan bar-bistro ‘Rembrandt’ (Oudegracht 73). Op die plek zit nu restaurant ‘La Señorita’ (zie foto). Een vriend had toen nog een cateringbedrijf en hij zorgde voor de hapjes. Via een student van mij van de School voor Journalistiek (SvJ) had ik een discjockey geregeld met muziekapparatuur. Maar een week voor mijn feest moest ik op zoek naar een andere dj, een dubbele boeking of zo. Dat is gelukt: twee oudere mannen die vooral optraden in Utrechtse kroegen. Ik had ze verboden om Nederlandse muziek te draaien. Toen ze dat wel gingen doen op verzoek van mijn Bergstraatburen, sprong ik bijna uit mijn vel. De kelder was een holle ruimte waar de muziek doorheen tetterde. Ik verstond geen moer, tenzij iemand me wat in het oor schreeuwde. Ik herinner me een vrij lang serieus gesprek met Chris onder een kelderboog. Waar dat gesprek over ging: geen idee. Op een paar woorden na heb ik er niets van verstaan. Ik schudde blijkbaar op tijd ‘ja’ en ‘nee’.
Op de computer heb ik nog een digimapje ‘Dik=50 1999’ met allerlei voorbereidingsstukken en foto’s uit die tijd. De uitnodigingen voor het feest gingen per post. Je moest een antwoordkaart terugsturen. Op de lijst stonden 114 adressen. In totaal zijn 172 mensen uitgenodigd. Ik schat dat er zo’n 75 zijn geweest. Van alle uitgenodigden heb ik met ruim 60% geen contact meer. Inmiddels zijn minimaal ook vijftien personen overleden. Ruim een vijfde kwam uit Wijk C en de meesten daarvan uit de Bergstraat. Verder waren er natuurlijk familie en vrienden, collega’s uit de radiowereld in Hilversum, enkele collega’s en studenten van school, mijn toenmalige fitnessmaatjes, mensen van TNO, ambtenaren van de afdeling economie van de gemeente Utrecht en bevriende verkopers van de boekenafdeling van de Bijenkorf.
En nu mijn zeventigste: ja, ik ga het vieren! Hoe? Ik heb veertig mensen via de mail uitgenodigd; drie zouden niet komen omdat ze voor vakantie of werk in het buitenland zijn. Met 28 ga ik uit eten in een restaurant op zo’n tien minuten lopen van mijn huis. Ruim de helft van de uitgenodigde gasten zijn twintig jaar geleden ook geweest. Bijna de helft woont in Utrecht, een kwart in Wijk C. De gemiddelde leeftijd ligt rond de zestig. De organisatie doe ik zelf. Ik hoop nog een paar mee-etende vrienden te vinden die foto’s gaan maken voor de straks gestolde herinneringen. De rest laat ik maar over me heenkomen: of het nu gedichten zijn, Diks feiten-a-b-c’tjes, toespraakjes, zang en klompendansen. Maar me echt helemaal daaraan overgeven kan ik na zeventig jaar nog steeds niet. Ik blijf zo graag zelf de regie in handen houden.
Dik Binnendijk

Oudegracht 73 (foto: Dik Binnendijk, januari 2019)