‘We verzamelen om half twee bij Het Atelier. Dit ligt op de begane grond naast de ingang aan de kant van het ziekenhuis, tegenover de ingang van zaal LiveScience.’ Dit is een zin uit een mailtje over het bezoek half december vorig jaar aan het museum Naturalis in Leiden. Het was een excursie georganiseerd door de VWN, de Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en -communicatie. Naturalis had tot half vier een speciaal programma gemaakt voor ons de aanwezige veertien wetenschapsjournalisten en/of -voorlichters. Naast wat verhalen bezochten we het laboratorium en de Collectietoren. Als gewone museumbezoeker kom je nooit op deze plaatsen. Maar de verrassing voor mij zat aan het eind van de middag.
Museum Naturalis is in feite het verlengstuk van de onderzoeksinstelling Naturalis Biodiversity Center (NBC). Het publieksgedeelte was binnen twintig jaar uit z’n jasje gegroeid. Het was ontworpen voor 150.000 bezoekers per jaar, maar in 2016 was dat aantal gegroeid tot ruim 400.000. Bovendien moest er meer ruimte komen voor de dino’s. Zo was er geen plek meer voor Trix, de Tyrannosaurus uit de Verenigde Staten van 12 meter lang, 5 meter hoog en 1700 kg zwaar. Verder wilde men de natuurhistorische collectie en de onderzoekers allemaal onderbrengen in één Naturalispand. Daarom is er flink ge- en verbouwd. Het oude museum met de Collectietoren is verbouwd tot opslagruimte en kantoren. Het laboratorium en het publieksmuseum zijn nieuwbouw. De heropening was eind augustus 2019. Het oppervlak van het NBC is bijna verdubbeld tot zo’n 39.000 m2. Naturalis heeft nu 820 medewerkers, waaronder tien hoogleraren en meer dan tweehonderd onderzoekers.
De huidige natuurhistorische collectie is een van de grootste ter wereld met zo’n 42 miljoen objecten. De basis ervoor is gelegd in 1820 door koning Willem I. In de collectie zijn onder meer 5 miljoen planten, 17,5 miljoen insecten, 350.000 vogels en 75.000 zoogdieren. Vooral de opslag van de grote opgezette dieren en skeletten, die niet in het museum tentoongesteld werden, maakte bij mij de meeste indruk. Runderen, een giraffe, kameel, nijlpaard, zeehonden, kaken van walvisachtigen en veel skeletten van andere dieren. Opgezette vogels werden op hun rug bewaard. Er was ook een olifant, pakweg honderd jaar geleden opgezet. De kop met slurf lag op de grond. Zo kon je goed zien dat de olifantshuid over een houten skelet was getrokken. Maar het grootste deel van de collectie bestaat uit eindeloze rijen open stellages met grote, gesloten ‘kartonnen’ dozen met inhoud.
Het programma liep uit en na een voor ons journalisten overbodig ‘Naturalis boppe’ pr-verhaal hadden we nog maar een half uur tijd om het publieksmuseum te bezoeken. Van de zes of zeven expositiezalen heb ik er slechts drie bezocht. Op de dinozaal had ik net een foto van Trix genomen toen er werd omgeroepen: “Over vijf minuten gaat het museum sluiten. Maar de entreehal blijft nog open tot half zes.”
Ik had mijn jas aan en stond op het punt naar buiten te gaan. Andere VWN’ers zag ik niet meer. Voor me stond een groepje mannen van een jaar of dertig/veertig met een eind-vijftiger in het midden…. “Jeroen!” Mijn vriendje van begin jaren tachtig! Ik had hem acht jaar niet meer gezien. We hebben elkaar omhelst en twee minuten gesproken. Hij had een uitje met zijn opdrachtgevers. Ze zouden ergens gaan eten, maar ze waren al aan de late kant. Een kort onverwacht weerzien. Even later kwam de tweede. Voor de uitgang van Naturalis sloeg ik nog een blik in de LiveScience zaal, waar gewone museumgangers Naturalis-onderzoekers kunnen ontmoeten. Boven de Live Science ingang staat stier Herman. Hij is opgezet. Herman was de eerste genetisch gemanipuleerde stier ter wereld. Hij verhuisde in september 2002 van het Utrechtse dorp Polsbroek bij Lopik naar Naturalis. Ik heb Herman nog levend gezien in zijn Leidse stal. Maar Herman had artrose. Toen hij constant pijn bleef houden, hebben ze hem begin april 2004 laten inslapen. Die stal bestaat nog steeds maar is nu omgetoverd tot het ‘Grand Café de Stal’. Op werkdagen kun je daar tot zes uur nog terecht voor een drankje en een veredelde hamburger. Op de terugweg naar het station kwam ik er langs, maar ik had even geen trek in zo’n snelle snack.
Dik Binnendijk
Stier Herman (foto: Dik Binnendijk, 12-12-2019)