“Na me 45 jaar achter moppen te hebben verscholen, durfde ik het eindelijk aan om wat te gaan doen met mijn herinneringen aan de oorlog.” Dit was ongeveer de tekst, die ik begin deze week Eli Asser een paar maal heb horen uitspreken via de radio. Afgelopen zaterdag overleed hij: 96 jaar oud. Asser is vooral bekend geworden als schrijver van de tv-komedies ‘’t Schaep met de 5 Pooten’ (1969) en ‘Citroentje met suiker’ (1973). Vijfentwintig jaar geleden heb ik hem zo’n drie uur geïnterviewd voor een radioportret voor het NOS/NPS-radioprogramma ‘Een Leven lang’. Dat programma van een klein uur werd op 24 juli 1994 uitgezonden op Radio 5.
Van de opnames bij hem thuis in Bussum herinner ik bijna niets meer; of beter gezegd: ik heb er geen beelden bij. Maar er zijn wel een paar dingen blijven hangen. Vooraf heb ik Eli gevraagd hoe ik hem zou aanspreken tijdens de opname: met ‘u’ of ‘jij’. Gebruikelijk is de u-vorm. Je houdt dan als verslaggever voor de luisteraar gevoelsmatig wat meer afstand. Maar bij artiesten, sporters en andere bekende Nederlanders is het meestal ‘jij’ en ‘jou’. Daar koos Eli ook voor. Dat moet je dan gedurende het hele interview zien vol te houden. Jojoën van jij naar u en weer terug naar jou, kun je niet maken. Ik was Eli al een tijdje aan het interviewen en toen hoorde ik mezelf ineens ‘u’ zeggen. Shit! “Eh, ik heb het idee, Eli, dat ik je alweer een tijdje ‘u’ noem en dat hadden we niet afgesproken.” “Ja, dat viel me ook al op,” zei hij. “Maar we zijn op dit moment ook met een zeer serieus deel van het interview bezig.” En hij bulderde van het lachen. Dit heb ik dit heel bewust in het programma laten zitten en vanaf die tijd bleef het gewoon: jij en jou.
En echt, we waren serieus bezig: Eli vertelde uitgebreid over zijn herinneringen aan de oorlog. Ik was een van de eerste journalisten waarbij hij dat deed. Zijn ouders, zusje Rebecca, grootouders en andere familieleden zijn door de Duitsers opgepakt en hebben de oorlog het niet overleefd. Hij vond het moeilijk om er over te praten. “Ik voel me als een stip die zich voortbeweegt door de ruimte en geen spoor achterlaat. Ik ben nooit zo met herinneringen bezig. Ik heb geen herinneringen. Ik leef nu. Ik denk dat ik ook veel van mijn herinneringen heb verdrongen en uit mijn geheugen heb weggewist.” ‘Lang weggestopt’ is denk ik een betere uitdrukking, want hij heeft die oorlogsherinneringen uiteindelijk als schrijver gebruikt.
Eli beschreef de periode in 1942 toen hij met zijn vriendin Eefje Croiset als leerling-verpleegkundige werkte in de Joodse psychiatrische inrichting ‘Het Apeldoornse Bosch’ bij Apeldoorn. Ze waren daar als het ware ondergedoken. Deze plek was relatief veilig. Voor de patiënten en collega-verpleegkundigen schreef Eli toen al toneelstukjes en een musical. Op 21 januari 1943 dreigde de deportatie van alle patiënten door de SS. Net als de andere verpleegkundigen stonden Eefje en Eli voor de keuze: vluchten we vannacht of blijven we hier en zijn solidair met onze patiënten. Ze zijn gevlucht. Zouden ze zijn gebleven dan hadden ze de oorlog niet overleefd. Ze doken daarna apart van elkaar onder. Na de oorlog zijn ze getrouwd. Over deze oorlogservaringen in Apeldoorn heeft Eli Asser het televisiestuk ‘Het laatste glas melk’ (1995) geschreven en vijf jaar later ook het toneelstuk ‘Aan de vooravond’. In 2004 verscheen het boek ‘Alles is meegenomen’ met brieven die Eli en Eefje elkaar schreven vanaf hun onderduikadressen in 1944 en 1945.
Afgelopen dinsdagavond herhaalde de NPO de documentaire ‘Verlies de moed niet’ (2015), die Hella de Jonge maakte over haar moeizame relatie met haar vader Eli. De oorlog was er altijd in het gezin Asser, maar er werd nooit over gesproken. De titel ‘Verlies de moed niet’ was de afscheidsgroet van Hella’s grootmoeder, voordat ze werd afgevoerd naar Auschwitz. Een aanrader om nog eens te bekijken via NPO Start.
Dik Binnendijk

5 x Eli Asser (compositie: Dik Binnendijk)