“Zie je niet wie naast je staat?” Ik kijk nu pas goed naar de man: een glad geschoren zestiger, grijze krullen, beige pak zonder stropdas. Het is zaterdag tegen de middag. We staan allebei voor de groentekraam van Piet Gijsen op de Vredenburgmarkt en worden ook allebei geholpen. “Je gezicht komt me wel bekend voor…. Maar wie je nu bent? … Zeg het maar.”
Hoe vaak komt het niet voor dat mensen mij herkennen en ik de ander niet of uiterst vaag. Zeker als het al lang geleden is, dat ik de persoon gezien heb. Hoewel ik ouder word en er steeds meer bruine bejaardenvlekken op mijn hoofd komen, verander ik in mijn gezicht niet zoveel. Een kale ronde kop met flinke, donkere wenkbrauwen. Sinds ik ruim tien kilo kwijt ben, is mijn kop niet zo rond meer, maar hij blijft herkenbaar. Mensen kennen me soms alleen al aan mijn stem of aan mijn loopje.
Tegenwoordig kom ik er maar snel voor uit dat ik iemand niet meer herken. Vroeger schaamde ik me ervoor en misschien nu nog wel, maar ik heb me erbij neergelegd. Dat gedoe om tijdens het gesprek erachter te komen met wie ik sta te praten… nee, daar heb ik niet zo veel zin meer in. Ik hoor een lichte irritatie in de stem en het antwoord van mijn groentebuurman. “De directeur van Tumult!!!” zegt de man te luid. “Ah Tumult, dat is alweer even geleden.” Het valt me op dat hij zijn eigen naam niet noemt. Een troost: hij weet vast mijn naam ook niet meer. Maar hij weet nog wel dat ik één van de gespreksleiders ben geweest op wekelijkse thema-avonden van het onafhankelijk debatcentrum Tumult. “Dat is precies vijftien euro!” zegt de jongen in de groentekraam tegen me. “Zeg het nog eens?” vraag ik hem. “Ik dacht na over hoe mijn buurman heet en daarom verstond ik het niet goed.” Buurman reageert daar niet op. Ik reken af en klop daarna even amicaal op buurmans schouder: “Een mooi weekend!” “Ja, jij ook.”
Thuis berg ik mijn boodschappen op. “Hij heet René!” schiet me ineens te binnen. Ik google later op ‘Tumult’ en daar staat zijn naam: René Sanders. Op LinkedIn zie ik dat hij filosoof is en van 1997 tot eind 2009 directeur is geweest van Tumult. Hij heeft een aantal filosofische boeken geschreven waaronder in 2010 ‘De Chaosmaatschappij’. En op een foto zie ik dat René vroeger een snor had.
Tussen 1999 en 2003 heb ik voor Tumult dertienmaal een debat geleid. Ze vonden allemaal plaats in de Lutherse kerk (Hamburgerstraat 9), maar ik kan me vergissen. Mijn eerste debat op in oktober 1999 ging over de tweedeling in de zorg. Eén van de forumleden toen was Agnes Kant, Tweede Kamerlid voor de SP en gezondheidszorgspecialist. Dat was een goed debat! In totaal heb ik vier debatten geleid over de zorg, vier met verschillende milieuthema’s, een vaag debat over spiritualiteit en twee over democratie. Het laatste debat dat ik leidde was soms chaotisch vanwege enkele fel-religieuze tegenstanders, die zich moeilijk de mond lieten snoeren. Het thema was: ‘Terug in de kast: Homoseksualiteit en religie’ (maart 2003). Het kreeg op internet veel aandacht. Als je mijn naam bij Google intikte, zag je een paar jaar lang dat mijn naam het vaakst werd gekoppeld aan het debat over homoseksualiteit en religie. Na dit debat werd ik door Tumult niet meer gevraagd als debatleider.
Rond die tijd werd het ook steeds moeilijker om het debatcentrum financieel draaiende te houden. De subsidies van Hogeschool Utrecht, universiteit en gemeente werden afgebouwd. En de laatste vijf jaar moest Tumult zelf z’n geld verdienen door debatten voor derden te organiseren. Op 1 juli 2010 stopte Tumult definitief; de vijf personeelsleden werden ontslagen. René Sanders was toen al een half jaar weg. Zo nu en dan kom ik hem in de stad tegen. Maar blijkbaar was het alweer zo lang geleden, dat ik hem niet onmiddellijk herkende. Of wordt mijn geheugen voor mensen die ik niet zo vaak meer zie, steeds slechter? Of kwam het omdat hij zijn snor heeft afgeschoren? Wie zal het zeggen.
Dik Binnendijk
Tweede deur links: ingang Lutherse Kerk aan de Hamburgerstraat
(foto: Dik Binnendijk, 18-06-2019)