Ik schrijf al jarenlang over de zorg, maar het onderwijs is nieuw voor me. Toch was er een gevoel van herkenning toen ik vorige week tijdens de inspiratiebijeenkomst over de Brede School in het stadshuis kennis maakte met de onderwijswereld.
De veelheid aan belangenorganisaties, de discussies over geld, (in de zorg hebben ze het over rupsje nooit genoeg) en iedereen zegt dat het belang van het kind voorop staat. In de zorg wordt ook voortdurend herhaald dat de patiënt centraal staat. Kennelijk is dat niet zo vanzelfsprekend.
En inderdaad, vaak staat in de zorgsector het belang van de patiënt niet voorop maar het belang van de beroepsgroep of de instelling.
Ik vermoed dat het in het onderwijs niet veel anders is gesteld. De belangen van ouders, onderwijzers, schooldirecteuren, schoolbesturen en de gemeente lopen nu eenmaal niet altijd parallel. En dan hebben we het niet eens over het belang van het kind. Bovendien is er altijd te weinig geld.
Feit is, zo begreep ik uit wat er gezegd werd tijdens de inspiratiebijeenkomst, dat die belangentegenstellingen niet bepaald bevorderlijk zijn voor het invoeren van die gewenste Brede Scholen.
Wat te doen? Mijn buurman op de publieke tribune, als organisatiedeskundige verbonden aan de Universiteit Utrecht, wist het wel. Gewoon van bovenaf, door de gemeente, opleggen dat partijen samenwerken.
Ik neig zelf ook naar de stok maar denk dat een wortel soms ook helpt. In de zorg doet geld wonderen, weet ik. Met behulp van financiële prikkels kun je partijen in de zorg linksaf en rechtsaf laten gaan. Het is vervolgens aan de politiek om te bepalen welke kant het op moet.
Mario Gibbels