Als je bijval wil, dan moet je op ambtenaren mopperen. Iedereen is het direct met je eens. Dat ondervond Xander Coolen toen hij vorige week op Facebook aankondigde dat hij na negen jaar per direct zou opstappen als voorzitter van de wijkraad Leidsche Rijn. Hij had er geen zin meer in en dat had onder meer te maken met het ‘ambtelijk apparaat’ dat volgens Coolen de wijkraad in Leidsche Rijn tegenwerkt en Coolen zelfs negatief had bejegend.
Op de social media was er veel instemming met de kritiek van Coolen op het ‘ambtelijk apparaat’, (alsof het een soort robots zijn). Die vermaledijde ambtenaren liggen voortdurend dwars waardoor er niets terechtkomt van de zo gewenste participatie van de Utrechters.
Ik vind al die kritiek op het ‘ambtelijk apparaat’ net iets te makkelijk en te simpel. Alsof ambtenaren een apart mensensoort zijn. Volgens mij verschillen ambtenaren niet zoveel van u en ik en de leden van wijkraden. Je hebt ze in alle smaken: enthousiastelingen, sceptici, negatievelingen, enzovoorts.
Nu kan ik me de frustratie van Coolen wel voorstellen. Negen jaar voorzitter van een wijkraad die braaf elke maand bij elkaar komt en haar best doet om goede adviezen op te stellen over van alles en nog wat terwijl 99,9 procent van de wijkbewoners nauwelijks van hun bestaan op de hoogte is. En dan worden die adviezen ook nog regelmatig niet over genomen.
Het opstappen van Coolen als voorzitter lijkt mij daarom een mooie aanleiding om eens stil te staan bij het fenomeen wijkraden. Is dat wel de meest handige vorm om inspraak (ouderwets woord voor het lelijke woord participatie) te organiseren?
Als ik voor mezelf mag spreken, ik behoor tot de lakse meerderheid die liever thuis naar DWDD kijkt dan naar een vergadering van de wijkraad gaat. Pas als er een onderwerp is waar ik direct last van heb, in therapieland spreken ze dan van lijdensdruk, zou ik eventueel bereid zijn om zo’n vergadering bij te wonen.
Tot nu toe heb ik dat echter nog nooit bij de hand gehad. Eerlijk gezegd vind ik dat het ambtelijk apparaat in Utrecht over het algemeen prima functioneert. Een voorbeeld dat me nu zo te binnen schiet is dat je na de jaarwisseling kon melden als er vuurwerkafval in je straat lag. Dan kwamen ze dat opruimen. Ongelooflijke luxe vond ik dat.
Maar hoe moet ‘t dan wel met die inspraak van de Utrechters? Die nieuwerwetse stadsgesprekken misschien? Echt enthousiast kan ik nog niet worden van deze bijeenkomsten waar mensen in groepjes allerlei kreten op flappen schrijven. Ik vrees dat ik niet direct een oplossing heb voor de naar participatie snakkende Utrechters. Mopperen op ambtenaren lijkt me in ieder geval geen zinvolle strategie.
Mario Gibbels