Het eerste hoofdstuk van het coalitieakkoord van het nieuw college heet Samenwerken 030. Wat niet zo verwonderlijk is bij een college waarbinnen D66 de grootste partij is. Samenwerken is namelijk een synoniem voor participatie, een woord dat in het coalitieakkoord angstvallig wordt vermeden omdat het inmiddels een beetje versleten is.
Probleem bij dit hoofdstuk is, ik schreef het ook al in mijn vorige blog, dat het allemaal zo vaag is. Iets met initiatieven van onderop, plannen maken in samenspraak en proactieve transparantie.
Daar word je niet gelukkig van. Natuurlijk is het goed als wij Utrechters nauw betrokken worden bij het beleid dat ons direct aangaat, maar hoe vul je dat nu concreet in en hoe meet je of al deze mooie voornemens tot resultaten leiden?
Op de eerste vraag heb ik geen antwoord maar op de tweede vraag wel. Althans een begin van een antwoord.
Ik ben namelijk de Utrecht Monitor aan het doorwerken. Lekker concreet met allemaal cijfertjes. Hierin kwam ik ook het hoofdstuk Participatie tegen. (Klaarblijkelijk geschreven in de tijd dat participatie nog gewoon kon.) In dit hoofdstuk staat hoeveel Utrechters daadwerkelijk iets hebben gedaan om het beleid in de stad te beïnvloeden (17 procent) en hoeveel Utrechters zeggen dat ze op de hoogte zijn van wat er speelt in de gemeentepolitiek (12 procent).
Nu lijkt het mij een mooi streven voor dit college om deze cijfers de komende vier jaar eens fors omhoog te krikken. Over vier jaar moet toch minstens, laten we zeggen 30 procent van de Utrechters betrokken zijn bij de totstandkoming van het gemeentebeleid. Mag ook meer. En het zou ook mooi zijn als zo'n 25 procent van de Utrechters in 2018 weet wat er speelt in de gemeentepolitiek.
Als dit college erin slaagt om dit in vier jaar te realiseren, dan zijn al die vage bewoordingen over samenwerken toch nog omgezet in concrete en effectieve daden.
Mario Gibbels