De doelen uit het Nationaal Energieakkoord worden niet gehaald. Zelfs als alle zeilen worden bijgezet, dan nog zal het aandeel duurzame energie niet verder komen dan ruim 12 procent in 2020, zo concluderen het Planbureau voor de Leefomgeving en het Energieonderzoek Centrum Nederland. Terwijl 14 procent was afgesproken. En ook bij de besparing van energie mogen we blij zijn als meer dan de helft van de afgesproken 100 petajoule wordt gehaald.
Maar gaat Utrecht haar energiedoelstellingen halen? Die zijn zelfs nog ambitieuzer dan de landelijke doelstellingen. Het college wil, net zoals het vorige college overigens, in 2020 30 procent energie besparen en de hoeveel duurzaam opgewekte energie moet dan met minimaal 20 procent zijn toegenomen.
Tot nu toe wil ‘t niet zo vlotten. Voormalig milieuwethouder Mirjam de Rijk presenteerde in 2012 haar energieprogramma voor 2013 en 2014 en trok daar 13 miljoen euro voor uit. We zijn nu bijna twee jaar verder en de CO2-uitstoot is weliswaar licht gedaald, maar dat is waarschijnlijk te danken aan de economische crisis. In dit tempo worden de collegedoelstellingen niet gehaald en gaan we de wereld niet van de ondergang redden.
De nieuwe wethouder van Duurzaamheid Lot van Hooijdonk presenteerde onlangs haar uitvoeringsprogramma Utrechtse energie 2015. Van Hooijdonk zet met name in op zonne-energie. (Aan windmolens durft niemand in politiek Utrecht nog zijn vingers te branden.) Op 10 procent van de Utrechtse daken moet aan het eind van deze collegeperiode zonnepanelen liggen. Maar het blijft onduidelijk of je daarmee die 20 procent duurzame energie en 30 procent energiebesparing gaat halen. Cijfers ontbreken.
Maar misschien moeten we voor dit soort doelstellingen niet voortdurend naar de gemeente wijzen. Energie besparen doen burgers en bedrijven vooral zelf. De gemeente kan hoogstens links en rechts wat stimuleren en faciliteren. Het is dus aan de Utrechtse bewoners en bedrijven om de wereld te redden of, iets minder hoogdravend, om de stad een stuk duurzamer, groener en mooier te maken.
Mario Gibbels