Er wordt zaterdagmiddag bij me aangebeld én luidruchtig op de voordeur geklopt. Juist door dat in wezen zo overbodige klopgedrag – ik heb een uitstekend functionerende deurbel - vermoedde ik dat het De Sint wel eens zou kunnen zijn.
Die was het ook! In een vlaag van helderheid en gastvrijheid - vanzelfsprekend gepaard aan grote cadeauhoop - zong ik spontaan: “Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht want….” Ik was nog niet eens uitgezongen of de Sint stond al in de gang… met zijn knecht. Die zwart was! Nou heb ik zelf geen enkel probleem met zwarte mensen, met zwarte drop, met zwarte kleding en zwart geld heb ik niet. Maar in de wetenschap dat anderen dan ik wellicht wat zwartgalliger van aard zijn en ook om het witte ijs te breken vroeg ik: “Sinterklaas zijn er nou ook kinderen of grote mensen die u op de stoep laten staan omdat de kleur van uw Piet ze tegen de borst stuit?”
“Ach sodemieter toch op”, zei de Sint. Ik vond hem vrij grof in de mond, maar aan de andere kant; zo’n man moet ook gewoon met zijn tijd meegaan.
“Zelfs de allergrootste kleurzeur”, vervolgde de Sint, “heb ik nog nooit tegen Piet horen zeggen: Laat mijn cadeautje maar in de zak want van een zwarte Piet moet ik niks hebben.” “Goh, dat hebzucht het wint van het beginsel verbaast mij wel een klein beetje”, zei ik, om ook maar eens wat te zeggen.
“Maar foute chocoladeletters dan, eten mensen die eigenlijk wel op?” “Ze kunnen ze vanzelfsprekend ook ritueel verbranden”, zei De Sint, “maar dat doen ze in ieder geval nooit waar ik bij ben.”
Gelukkig kreeg ik geen foute letter, want ik lust eerlijk gezegd alleen maar donkere chocola en toen de Sint vertrok zei ik: “Tot volgend jaar goedheiligman! En ik hoop maar dat uw collega de Kerstman dit jaar weer eens een mooie witte kerst meebrengt.” “Let op je woorden”, waarschuwde De Sint.
Tip: Als de browser toch een speler opent, kan met de rechtermuisknop boven de link gekozen worden voor 'Doel opslaan als...' waarmee het bestand op de computer kan worden opgeslagen.