Ik las afgelopen weekeinde een stukje in de krant over de politieke peilingen. Wie staat waar als er nu verkiezingen plaatsvinden. Het blijft een raar fenomeen: iedere week vragen hoe populair onze parlementariërs en ministers zijn. Een filmpje van Geen Stijl scheelt zo twee zetels. Dat gaat natuurlijk nergens over, als we met elkaar hebben afgesproken dat er om de vier jaar verkiezingen zijn. Door zo in te spelen op hypes maak je een land of een stad bijna onbestuurbaar. Bij de PvdA druipen de peilingen af van de manier waarop bewindslieden en Kamerleden voor de camera verschijnen. Als geslagen honden wordt de pers te woord gestaan, en dat zorgt weer voor een nog lagere stand bij de volgende peiling. Als je in drijfzand staat, blijf je zakken...
Nu was ik erbij toen de boomlange Rutger zijn Geen Stijl-filmpje maakte van Ella Vogelaar. Het was op een bijeenkomst in Park de Gagel in Overvecht. Het verbaasde mij dat ze zo dichtsloeg. Dat lag niet in de lijn van haar optreden net voor het interview. Buiten stond een groep van zeg vijftig buurtbewoners met spandoeken. Tegen de sloop van een stapel tienhoog flats in de wijk. Vooral tegen bouwen in het groen. In het zaaltje van De Gagel hadden twee ministers en twee wethouders een bijeenkomst gehad over groen in stedelijk gebied. Toen de ministers en de wethouders naar buiten kwamen, was dat het moment dat de actievoerders zich lieten horen.
En tja, daar stonden de ministers en de wethouders hun schoenneuzen te observeren. De eerste die wakker werd was juist Ella Vogelaar. Ze sprak de wethouders Giesberts en Bosch vermanend toe. “Zeg, we kunnen hier wel wortel schieten, maar volgens mij verwachten die mensen dat we even met ze praten.” En stoer beende alleen Vogelaar op de menigte af om met ze in gesprek te gaan. De rest schuifelde er timide op een afstandje achteraan. Wat La Vogelaar niet lukt als er een roze microfoon onder de neus wordt geschoven, lukt haar juist wel tussen een groep boze buurtbewoners. En ik heb dat liever dan bestuurders die een menigte negeren en wel gezellig met een mond vol meel de pers te woord staan.
Wat dat betreft mag ik Vogelaar juist graag. Nu heb ik het meest van tijd niet erg op met woordvoerders, voorlichters en communicatie-adviseurs. Aardige mensen, daar niet van, maar ze hebben er vaak een kunst van gemaakt om het nietszeggende meel van hun bestuurders te verkopen als puur goud. Vogelaar daarentegen lijkt mij een ruwe diamant die ik graag eens zou opwrijven. Poen zat op zo’n departement, dus daar komen we wel uit. En wat die peilingen betreft: ze zeggen niet veel, maar helemaal nul is ook wat weinig. In Utrecht zou de plaatselijke PvdA vijf-en-een-halve zetel overhouden van de huidige veertien! Maar van enige nervositeit daarover is volstrekt niets merkbaar!
Wouter de Heus