De Utrecht Marathon houdt op te bestaan. Althans, dat heeft de organisatie UtrechTrent naar buiten gebracht. Grootste probleem: de verlaging van de subsidie die ons stadsbestuur namens ons herverdeelt onder allerhande organisaties en instellingen. De marathon kreeg ooit jaarlijks grofweg 40.000 euro maar dat werd de afgelopen drie jaar opgehoogd tot 150.000 euro. Nu de kraan weer is dichtgedraaid naar het oude niveau valt er een gat in de begroting. Met de slechte economische situatie kan ik me voorstellen dat UtrechTrent dat gat niet gevuld krijgt via sponsors.
Nu ben ik geen renner. Ik heb er zelfs een bloedhekel aan. Ondanks dat heb ik zondag, met hartslagmeter en onder begeleiding van een zeer geoefende vriendin, voor het eerst een rondje gedaan. En ik leef nog! Dat ‘beweeginzicht’ krijg je vanzelf ergens tussen het veertigste en vijftigste levensjaar. Niet sporten, ongezond werk en ouderwets shag rollen is een heilloze weg om fit oud te worden. En het zal echt moeten, fit blijven, want ik zal vast tot mijn zeventigste moeten doorwerken. En u ook trouwens.
Jaarlijks lopen 12.000 mensen zich fit op tweede paasdag bij de verschillende loopafstanden van de Utrecht Marathon. Nog veel meer staan langs de kant om de lopers aan te moedigen. In mijn wijkje Langerak is het jaarlijkse loopfeest een begrip. Vanaf het begin zit de hele buurt dan op de Groenedijk met muziek, bierpomp, waterdouche voor de renners als het warm is en terrasheaters als het koud is. Ook voor de renners is de doorkomst op de Groenedijk een jaarlijks lichtpuntje tijdens de barre looptocht.
Utrecht verdeelt namens ons jaarlijks 150 miljoen euro subsidie. De grote bedragen gaan naar de culturele instellingen en naar het welzijnswerk. Ook belangrijk. Idiote bedragen zijn gebruikt voor het maken van vaandels en een nieuw Utrecht-logo. Stadspromotie heet dat. UtrechtTrent nu opeens het hele bedrag alsnog geven hoeft echt niet. Maar een ton voor een waanzinnige dag sport en feest dat is gezonde Utrecht promotie van de bovenste plank.
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.