Ik had het graag vermeden, maar ik moet nog een keer over de “kwestie” Nicolich schrijven. Na het ‘openbare’ raadsdebat van 16 februari kon ik eindelijk wat documenten opvragen bij de gemeente die mij eerst waren geweigerd. Dat maakten de Nicolichen via een brief aan burgemeester en gemeenteraad zelf mogelijk. Ik wilde inzicht in de manier waarop de Romafamilies voor april 2010 waren gehuisvest door de stad.
Bij het lezen van de stukken rezen de haren mij te bergen. Voor 6 maanden wonen in hotels en in vakantiehuisjes was bijna 30.000 euro uitgetrokken. Alles werd door de stad betaald inclusief etentjes, reparaties aan vakantiewoningen en filmverhuur. En dat neem ik de Romafamilies niet kwalijk. Wat zou jij doen als je niets hebt? Het kardinale punt zit hem de werkwijze van de ambtenarij en het stadsbestuur. Adequaat beleid ontbreekt. Utrecht plakt al decennia pleisters. Als er in de wereld van Roma of woonwagenbewoners iets dreigt mis te gaan komt het oliemannetje van de burgemeester in actie. Eerst wordt geregeld dat er niet naar de pers wordt gelekt om daarna een potentieel bestuurlijk risico voor het college te smoren. En dat mag wat kosten.
Bij nacht en ontij werden de families in september 2009 naar camping De Berekuil gedirigeerd door de hoogste adviseur van Wolfsen en de rekening van 5.500 euro ging naar hem. Toen dat door de geboorte van een kind onhoudbaar werd ging het via een hotel naar vakantiehuisjes in de regio. Uit ‘humanitaire‘ overwegingen. Vooral het H-woord gebruikte wethouder Bosch in 2010 om een gealarmeerde raad op een stuitend arrogante manier de grootst mogelijk onzin te verkopen. En ondanks een motie van de coalitie gaat de stad daar gewoon mee door.
Wij als burger stellen ons vertrouwen in raadsleden om bestuurders en ambtenaren te controleren. Maar wat als het college de gemeenteraad domweg niet informeert? Dan zijn er nog de media die af en toe met de wet in de hand wat kunnen afdwingen. En het stadsbestuur roept dan heel hard FOEI. Tja, dan heb je het anno 2012 nog steeds niet begrepen.
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.