Ik moet het over de stad hebben. Altijd. En soms heb ik daar geen zin in. Het eten en drinken vergaat mij vaak als er een boel gezeur is om niks. Zoals nu. Laat ik mijzelf direct corrigeren. Het gaat natuurlijk wel ergens om als een Utrechts concern genationaliseerd moet worden omdat het management ervan alleen met zichzelf en hun bonus bezig is geweest. Ik erger me zo ongelofelijk aan zulk asociaal volk. Ik moet dan denken aan mijn vader. Die was directeur van een groot bedrijf tijdens de crisis van de jaren tachtig. Bonus? Niks! Graaien? Nee, de beste man had het echt slecht dat hij mensen moest ontslaan waarmee hij lang had gewerkt, waarvan hij de vrouwen en kinderen kende. Het ging in die tijd om de zorg voor de klanten, de continuïteit van de onderneming en het welzijn van het personeel. En dat kwam ook op plaats twee en drie. En banken waren nog gewoon nutsvoorzieningen. Energiemaatschappijen, busvervoerders, woningcorporaties en de NS, ze waren van ons allemaal. Mijn hemel wat is het daarna misgegaan. Om te beginnen was daar de politiek die ons tafelzilver verkwanselde. We kregen afzwaaiende kamerleden aan de top van deze nieuwe ‘bedrijven’ met gigantische salarissen. Niks presteren, wel crashen. De politiek, het openbaar bestuur en bedrijven hebben de ouderwetse keurigheid nodig zoals mijn vader die had en nog steeds heeft. Het is een deugd om trots op te zijn en waarvan je hoopt dat hij is overgedragen.
Toch was mijn chagrijn vooral omdat Utrecht weer op een vervelende manier in het nieuws was. Een demonstrante opgepakt omdat ze met een bordje tegen Bea stond bij de Jaarbeurs. Een inwoner van Vleuten die lijdt onder buurtterreur en amper ondersteund wordt. Alsof gemeente en politie niet leren van hun eerdere blunders. Tuig pak je aan, de grondwet is heilig en een bedrijf bestuur je alsof het van je familie is. En zo wil ik het ook in mijn fijne stadje hebben. gewoon, zoals het hoort. Wat ging er toch mis met de generatie van na mijn vader…
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.