Behalve een groot overzichtsartikel voor de Nieuwe Revu heb ik een week niks geschreven. En dat was niet voor niets. Ik was even helemaal klaar met de Utrechtse politiek. En ook dat was niet voor niets. Afgelopen vrijdag werd ik, na twee uur slaap, met een forse ‘drankloze’ kater wakker. Op een pot thee en een wel heel lullig glaasje Italiaanse likeur had ik me door het spoeddebat over de ‘kwestie’ Nicolich heen geworsteld. Dat het debat nog ergens op leek was geheel en al op het conto van de familie zelf te schrijven die via een formele brief aan het stadsbestuur kenbaar maakte echt op openbaarheid te staan. Onze ‘open’ en ‘transparante’ bestuurders hadden er de afgelopen weken werkelijk alles aan gedaan om dat te voorkomen.
Nota bene uit het oogpunt van ‘privacy’ voor de Nicolichen. Als je dat – en dat heb ik gedaan – een weekje laat sudderen in je hoofd ontplof je pas echt. Dat ‘ontplof’ gevoel had ik gistermorgen. Toen ik samen met mijn jongste zoon op de lange latten stond. Diep in Duitsland, op een prima piste met prachtige sneeuw onder een heerlijk zonnetje aan een staal blauwe lucht wist ik het zeker: dit gesodemieter in Utrecht moet ophouden. In het collegeprogramma schreven GroenLinks, D66 en de PvdA niet voor niets op dat een open en transparant stadsbestuur noodzaak is. Vooral GroenLinks en D66 wisten maar al te goed hoe rampzalig het in de periode 2006-2010 was gegaan. Hoe wrang moet het voor die partijen zijn om halfweg deze collegeperiode te constateren dat het nog steeds een soepzooi is op dat gebied? Zo’n rommel dat er een motie nodig was om hun roep om transparantie in 2012 te herbevestigen?
Na een minuut herpakte ik mijzelf. Voor het eerst in een kwart eeuw weer op de skies, maar nu met mijn jongens, was te mooi voor muizenissen. En die motie komt in een lijstje zodat ik de boven ons gestelden er steeds aan kan herinneren.
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.