Geen groter genot, althans voor mij, dan het doornemen van vier ochtendkranten met daarbij verse broodjes van de Zeeuwse bakker en een kop eenvoudige zwarte koffie. Buiten de vakantie ontbreekt daarvoor de tijd of, dom, maak ik die tijd er niet voor vrij. En dat terwijl een beter alibi voor zoiets genoeglijks nauwelijks denkbaar is met mijn vak.
Gezeten in een hele ruime tuin, een voormalige boomgaard, werd ik de afgelopen dagen bestookt met grote koppen en dito verhalen over onze burgemeester. Het ‘Hans en Ton’ schandaal is inmiddels voer voor Trouw, de Volkskrant en de Telegraaf. Wederom is Wolfsen zwaar de pisang en daar is best wat voor te zeggen. Het begint er zo zoetjes aan de schijn van te hebben dat Wolfsen eenvoudigweg niet wil snappen hoe Utrechters de rol van hun burgervader of -moeder zien. Wij willen recht door zee, rots in branding, schuld en boete en onversneden humor. Wolfsen kan overigens best grappig zijn maar lijkt simpelweg het invoelingsvermogen voor de andere gewenste kwaliteiten te missen. In Utrecht kom je niet weg met het duiken voor verantwoordelijkheid.
Als het gerechtshof zegt dat de hulp aan het homostel een soepzooi was, dan kan je niet eerst roepen dat de gemeente niet wordt aangesproken. Daarna zeggen dat kritiek op de één ook kritiek is op jou om vervolgens het Openbaar Ministerie welhaast opdracht te geven zelf het boetekleed aan te trekken. Zeker niet omdat de rol van de gemeente in de praktijk zo evident is. Wolfsens veiligheidsafdeling was, zo blijkt uit e-mails van het stel, overal bij betrokken. Sterker, die rol had alle kenmerken van een coördinerende.
Al met al las ik op afstand, met de hond aan de voeten, in een fraaie boomgaard en met een flinke bak troost, hoe Wolfsen zich weer eens op afstand plaatste. Waar je ook bent, Utrecht is altijd dichtbij.
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.