Gisteravond is het Nederlands Filmfestival losgebarsten in de Domstad. Ik geef eerlijk toe dat ik er een groot fan van ben. Het geeft Utrecht 10 dagen per jaar het elan van een stad die er toe doet. De andere 355 dagen is Utrecht gewoon zoals het zijn moet: het mooiste grote dorp van Nederland. Ieder jaar voel ik mij een jongen die op schoolreisje is tijdens de aftrap zoals gisteravond of tijdens het grote gala waarop de Gouden Kalveren worden uitgereikt. Gekleed in smoking, zwierend over de rode loper, voel ik me de koning te rijk. Ondanks dat ik het nooit verder heb gebracht dat een paar figurantenrollen in Nederlandse speelfilms ben ik er ieder jaar steevast van overtuigd dat mijn doorbraak aanstaande is. Dat een regisseur of producent op me afstapt om me een grote rol aan te bieden in een internationale productie. En dat die zo lovend wordt ontvangen dat de ene na de andere aanbieding binnenstroomt. Dit jaar zal niet anders zijn. Een beetje babbelen met Carice, een glas drinken met Anna en een sigaretje roken met Halina. Wat mij betreft het hoogtepunt van het culturele jaar.
Cultuur is hot deze dagen. Niet alleen vanwege de reddingsactie voor De Utrechtse Spelen waar een enorm verlies moet worden weggewerkt, maar ook omdat de stedelijke cultuursubsidies voor de komende vier jaar zijn verdeeld. Tientallen miljoenen belastinggeld worden jaarlijks uitgedeeld door ons stadsbestuur. Namens ons. De grote spelers als Vredenburg, Stadsschouwburg en het Centraal Museum krijgen altijd netjes de bedragen waarom gevraagd is. Voor kleinere instellingen is dat een heel ander verhaal. Die zweten peentjes of het harde werken, vaak in buurten en wijken, wordt beloond of weggehoond. Hier in de Vinex gaat dat dan om Via Vinex en Cultuur 19. Hardwerkende enthousiaste mensen die voor weinig geld leven brengen in de brouwerij. Ik merk dat ik voor zulke clubjes altijd een groot zwak heb. Net zo’n zwak als voor ons Filmfestival. Zowel de Vinexclubjes als de fine fleur van het witte doek krijgen hun centjes. Deze subsidiehater is daar nu eens wel blij mee.
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.