Net als vorig jaar had ik de mazzel aan te kunnen schuiven bij de start van het Utrechtse politieke seizoen. De vakanties zitten erop en de racefiets van de burgemeester is hopelijk weer gerepatrieerd. Een bijna voltallige raad en dito college had, samen met wat ambtenaren, een toneelstukje voor elkaar ingestudeerd en daarna werd er geanimeerd een vorkje geprikt en een drankje gedronken op het prachtige terras van het even mooie Vorstelijk Complex in Zuilen. Het is redelijk briljant om zo’n groep een paar uur te kunnen observeren. Het begon als een soort snuffelbijeenkomst. Na een lang reces weer even rustig wennen aan de groep mensen waarmee je straks uren en uren in zweterige vergaderzaaltjes, fractiekamers en de raadszaal moet doorbrengen. En ik moet zeggen dat de sfeer tussen de Utrechtse politici die namens ons de stad besturen buitengewoon goed is. Op zich is dat best verbazingwekkend. Er hebben zich afgelopen seizoen namelijk heel wat pijnlijke debatten afgespeeld. En natuurlijk voel je zelfs tijdens zo’n vrolijke avond best wie niet zo goed met wie door een deur kan. Maar gapende gaten zijn nog niet merkbaar.
Wat wel erg duidelijk werd, dat was dat amper een raadslid in Utrecht is geboren. En de meeste zijn nog betrekkelijk jong en politiek onervaren. Op een gegeven moment schoof raadsgriffier Ad Smits naast mij aan een tafeltje. De man werkt al decennia voor de stad. Een handvol wethouders en een dozijn raadsleden complementeerde de kring. Ad bood mij een fijne sigaar aan en stak er zelf ook een op. Voor we het wisten ging het over college’s van voor 1990, de start van het Utrecht City Project, de manier waarop eervorig burgemeester Ivo Opstelten binnen een kwartier enorme tegenstellingen kon overbruggen en tal van anekdotes uit de tijd dat er nog gerookt werd in de raadszaal. Er waren welgeteld twee raadsleden en een wethouder die mee konden praten. De rest zweeg en luisterde. Utrechtse mannen met sigaren. Daar kan de politiek er nog wel een paar van gebruiken.
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.